Brandonderzoek in a nutshell

Als de brandonderzoeker ten tijde van het incident ter plaatse komt zal deze in eerste instantie met de aanwezige hulpdiensten praten en het incident aanschouwen cq observeren. Deze fase van brandonderzoek wordt de oriënterende fase genoemd. In deze fase is het cruciaal om zoveel mogelijk gegevens te verzamelen. Je kan hierbij denken aan video- en beeldmateriaal maar ook verklaringen van getuigen. Wellicht is er nog een regionale nieuwszender in de buurt die ook een deel van de info aan de brandonderzoeker kan verstrekken.

Ook wordt er tijdens deze fase via de repressieve dienst of Stichting Salvage info verkregen over de status van het pand. Het is uiteindelijk de bedoeling dat je als brandonderzoeker veilig het pand kan betreden. Zo is het ook van belang dat de repressieve dienst de brandonderzoeker kan vertellen wat voor vuurlast er in het pand is aangetroffen en of zij zelf nog zaken hebben verplaatst.

De brandonderzoeker moet dus in de oriënterende fase goed in de gaten houden;

  • wat er zich tijdens de bluswerkzaamheden afspeelt
  • informatie verzamelt van omstanders alsook de operationele dienst etc.
  • voor zichzelf een beeld vormt; en
  • vragen bedenkt voor het onderzoek.

Deze zaken zijn zeer belangrijk want het onderzoek kan je maar 1 keer uitvoeren.

Mochten er slachtoffers zijn gevallen of een vermoeden zijn van een strafbaar feit (brandstichting) dan wordt de Forensische opsporing van politie ingeschakeld. Indien dit onderzoek aanvangt zal er een Rechter-Commissaris en een Officier van Justitie bij betrokken raken om aan te geven wie er bij het onderzoek aanwezig mogen zijn.

gesmolten glas

Nadat de hulpdiensten (brandweer en andere politie-eenheden) zijn vertrokken, vangt de 2e fase van het brandonderzoek aan. Dit noemen we de voorbereidende fase. In deze fase wordt het onderzoek gepland. Als het een zeer omvangrijk onderzoek wordt (denk aan Chemie pack in Moerdijk) dan zal er een plan van aanpak opgesteld moeten worden voordat je überhaupt op het terrein kan gaan onderzoeken.

In dit plan van aanpak worden veiligheidsmaatregelen opgenomen;

  • zijn er nog schadelijke stoffen aanwezig zoals koolmonoxide en/of asbest?
  • wie gaan de sporen veiligstellen
  • hoe wordt de situatie vastgelegd
  • hoe lang gaat het onderzoek duren
  • welk materiaal heb ik nodig (etc..etc..etc).

Indien dit allemaal duidelijk is en goede afspraken zijn gemaakt kunnen de brandonderzoekers zich gaan concentreren op de 3e fase; de uitvoerende fase.

In deze fase wordt het daadwerkelijke onderzoek verricht zoals eerder in het plan van aanpak is overeengekomen. Het bewijsmateriaal wordt veiliggesteld en er wordt gerapporteerd welke sporen er aangetroffen worden. Zo wordt er in eerste instantie gekeken wat het ontstaansgebied is of waar de plaats van het ontstaan van de brand zich bevind. De tactiek die wordt toegepast is van het minst verbrande naar het meeste verbrande. In deze tactiek wordt er specifiek gekeken naar het brandverloop. De brandpatronen geven vaak een richting aan waarop de brand zich heeft uitgebreid en in welk stadium van ontwikkeling de brand is geweest.

Als er duidelijk is waar de brand is ontstaan en het nog mogelijk is om een reconstructie uit te voeren zal dit toegepast worden. Met het toepassen van deze werkwijze kan men een hypothese vormen hoe de brand heeft kunnen ontstaan.

Nadat alle zaken zijn verzameld komt de laatste fase ter sprake; de afrondende fase.

In deze fase wordt opnieuw geanalyseerd en gekeken of er nog informatie ontbreekt en of het onderzoek volledig is. Indien alle vragen zijn beantwoord en er een hypothese gevormd kan worden zal er een mate van zekerheid uit het onderzoek kunnen worden vastgesteld. Uiteindelijk zullen er van alle bevindingen, onderbouwingen, reconstructies en foto’s het rapport van het brandonderzoek worden opgesteld en worden verstrekt aan de opdrachtgever.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *